Sjoerd in India

Nederland, oh Nederland

Publicatiemoment: 2007-01-09 07:18:05 UTC

Rond de feestdagen verbleef ik in ons "koude kikkerlandje" (een aardig aggraverende alliteratie). Op een afgrijselijke hoeveelheid statische elektriciteit ("nee serieus, m'n haren stonden ervan overeind!") na, was de reis naar Nederland weinig bijzonders.

Het interessante van reizen is dat het je leert over verschillende culturen. Dat geldt voor reizen in de ruime zin (verschillende landen bezoeken), maar in letterlijke zin doet het dat nog veel sterker. Het benadrukt de verschillen enorm.

Tenminste, dat zou je denken. In werkelijkheid had ik weinig last van de verschillen. Ze zijn er wel, en ik zag ze ook wel, maar dat was omdat ik er op lette, niet omdat het me opviel. Er was maar één ding dat de me echt opviel. Het was niet iets waar iedereen aan zou denken: de temperatuur (koud), het weer (grijs) of de cultuur (orderlijk). Nee, het ligt eigenlijk veel meer voor de hand dan dat. Letterlijk.

Deurklinken.

Het openen van een deur is een automatische handeling. Je denkt er niet bij na hoe je het moet doen. En dat – in combinatie met het feit dat deurklinken een stukje hoger zitten in Nederland – zorgde ervoor dat ik de eerste keer dat ik een deur wilde openen in Nederland misgreep. Evenzo gebeurde het, toen ik weer terug in India was, dat ik daar een paar centimeter te hoog greep.

Toen ik in juli naar India kwam, was me dat helemaal niet opgevallen. Toen moest ik sowieso nog veel aandacht besteden aan waar alles zat, onder andere aan welke kant de deurklink zat. Nu bleek dat ik gewend was geraakt aan de deurklinken en dat ze ergens anders zitten.

Inmiddels ben ik alweer bijna een week terug in India. En ja, natuurlijk gebeuren er hier dingen die me in Nederland nooit zouden overkomen. Vanmorgen bijvoorbeeld, stond ik onder de douche toen het water op raakte. En dan bedoel ik niet het warme water, maar echt al het water. Warm water komt er überhaupt pas uit sinds mijn vakantie en zelfs dan nog maar mondjesmaat.

In India wordt water naar een tank op het dak gepompt om de druk op de waterleidingen te houden. Deze tank moet regelmatig bijgevuld worden, anders kan het gebeuren dat je – zoals mij gebeurde – compleet ingezeept klaar staat om jezelf af te spoelen en er komt geen water meer uit de douche. Of de kraan.

En dan zijn er natuurlijk de ratten. Je ziet ze wel eens van tijd tot tijd, maar ach, dan zien ze er uit als schattige kleine knaagdiertjes die doodsbang zijn. Hun aanwezigheid merk je veel meer aan de oorzaken: dames die gillen (stereotypisch, maar waar), honden die jagen, onbewaakt voedsel dat aangegeten is (als het verdwijnt, zijn het de honden of mensen) en beschadigde kabels.

De systeembeheerder hier vroeg me vanmorgen: "Do you smell the plastic burning?" "Eh... No, why?" Hij liet me toen een voedingskabel (een kabel die 220 Volt van het stopcontact naar de computer laat lopen) zien waar aan geknaagd was. Dichterbij rook je inderdaad het verbrande plastic. Niet de eerste en vast ook niet de laatste kabel die het moet afleggen tegen de scherpe tanden van ratten.

Maar de beste ervaring is toch wel om begin januari in een warm zonnetje onder een blauwe lucht te lopen. Ha! Genieten jullie maar van het grauwe, koude weer in Nederland. Ondertussen loop ik hier nog anderhalve maand onder een blauwe lucht met een geel zonnetje, tussen groene bomen met allerlei gekleurde bloemen.